16 ways to call your installation responsible.

Bepaalt de installatieverantwoordelijke de strategie dan noemen hem of haar de strategisch installatieverantwoordelijke. Is de organisatie verspreid dan kunnen we de persoon operationeel installatieverantwoordelijke noemen. 
Waar het natuurlijk werkelijk om gaat is dat door of namens de bestuurder een persoon is aangewezen die de zorgplicht namens de bestuurder op zich neemt voor een veilige elektrotechnische bedrijfsvoering. Dat vraagt installatie-integriteit.

Laten we dit voor eens en altijd als uitgangpunt nemen.

Vervolgens kunnen we we zeggen "What's in the name?"
Hij of zij is simpel het aanspreekpunt op het moment dat er iets verkeerd gaat. 
Er is geen verplichting tot het benoemen van een installatieverantwoordelijke als installatieverantwoordelijke.

De vraag is simpel; wie gaat er over de veiligheid en wie kunnen we op de veiligheid van onze installaties aanspreken.  

De installatieverantwoordelijke voor de veiligheid en installatie-integriteit

Laten we de verschillende functies in het bedrijf onder de loep nemen en kijken in hoeverre deze persoon kan worden aangesproken op de elektrische veiligheid en daarmee installatieverantwoordelijkheid draagt. 

  1. De eigenaar
    De eigenaar regelt alles zelf, is onwetend of is nonchalant. De eigenaar is per definitie de installatieverantwoordelijke. De eigenaar wordt aangesproken op de veiligheid.    

  2. De bestuurder
    De bestuurder is aangesteld vanuit de eigenaar en is daarmee de "bezitter" van de installatie. Heeft de bestuurder voldoend mandaat? Is hij ervan bewust dat hij de installatieverantwoordelijkheid kan delegeren? Krijgt hij geen mandaat dan ligt de verantwoordelijkheid ook bij de eigenaar. Als bestuurder komt hij niet ver als hij zaken op zijn beloop laat. Hij wordt aangesproken als het fout gaat.  

  3. De directeur
    De bestuurder wijst de directeur aan. Op dit niveau mogen we er van uitgaan dat mandaat vanzelfsprekend is. Als hij de installatieverantwoordelijkheid niet of niet goed regelt is hij het aanspreekpunt. De kwaliteit van de delegatie laat immers te wensen over. 

  4. De asset manager
    De directeur of de bestuurder wijst de asset manager aan. Hij kan de installatieverantwoordelijke aanwijzen of de bestuurder of de directeur. In de keten loopt de verantwoordelijkheid. Wordt er niets of zaken niet goed geregeld aangaande de elektrische installatieverantwoordelijkheid dan gaan we terug de keten in naar boven. De vraag is: wie is er verantwoordelijk voor de elektrische veiligheid? 

  5. De installatieverantwoordelijke
    De installatieverantwoordelijke moet zijn aangewezen op de juiste gronden. Tekenen bij het kruisje telt niet. De installatieverantwoordelijke krijgt het mandaat te bepalen hoe we met de elektrische veiligheid moeten omgaan. Hij dient zich uiteraard wel te kunnen verantwoorden.  

  6. De plaatsvervangend installatieverantwoordelijke 
    Op het moment dat de installatieverantwoordelijke door ziekte, met vakantie of anderszins niet aanwezig is dat neemt de plaatsvervangend installatieverantwoordelijke waar. Hij mag niets aan het beleid veranderen maar moet goed bekend te zijn met het beleid en de uitvoering daarvan.

  7. De project installatieverantwoordelijke 
    Bij het uitbesteden van werkzaamheden is de aannemende partij verantwoordelijke voor de elektrisch veiligheid (tijdelijke voorzieningen) en de oplevering van een werkende en veilige installatie. Zeker in de laatste fase van de aanleg zal de installatie deels spanning gaan voeren. Bij oplevering draagt de project installatieverantwoordelijke over aan de daartoe aangewezen persoon voor de elektrische bedrijfsvoering. 

  8. De gedelegeerde installatieverantwoordelijke
    Zeker met uitgebreide installaties is het goed om installatieverantwoordelijkheid te delegeren. Het gaat voornamelijk om het toezien op de uitvoering van het beleid. Uniformiteit en eenduidigheid in de uitvoering is van groot belang. 

  9. De strategisch installatieverantwoordelijke
    Deze persoon staat veraf van de daadwerkelijke uitvoering en bepaalt de regels. Toezicht op de uitvoering laat hij dan over aan de operationeel installatieverantwoordelijke of de toezichthouder.  Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het beleid.  

  10. De toezichthouder
    De toezichthouder is de functionaris die er voor zorgt dat het beleid wordt uitgevoerd volgens de bepalingen die de strategisch installatieverantwoordelijke of de installatieverantwoordelijke heeft bepaald. Hij is verantwoordelijk voor het toezicht.

  11. De operationeel installatieverantwoordelijke
    Net als de toezichthouder bemoeit de operationeel installatieverantwoordelijke zich niet met het beleid. Hij wijst wel de medewerkers aan die elektrische werkzaamheden verrichten. Hij is verantwoordelijk voor zijn deel van de bedrijfsvoering.  

  12. De uitvoerend installatieverantwoordelijke
    De uitvoerend installatieverantwoordelijke bepaalt niet het beleid maar voert het uit. Net als de operationeel installatieverantwoordelijke wijst hij medewerkers aan die elektrische werkzaamheden verrichten 

  13. De geconsigneerde installatieverantwoordelijke
    In een 24 uurs productiebedrijf kan het voorkomen dat ook buiten werktijd er elektrische werkzaamheden plaatsvinden en er specifieke vraagstukken zijn die de aanwezigheid van een installatieverantwoordelijke vragen. Zaak is dat deze geconsigneerde installatieverantwoordelijke goed is ingeburgerd in het beleid van de installatieverantwoordelijke. Voor calamiteiten zal ook deze persoon worden aangesproken op zijn installatieverantwoordelijkheid. 

  14. De waarnemend installatieverantwoordelijke
    Dit suggereert dat installatieverantwoordelijkheid van tijdelijke aard is en de uitvoering valt onder het regime van de installatieverantwoordelijke. Waarnemend installatieverantwoordelijkheid is van toepassing bij beheer en onderhoudscontracten en projecten.  

  15. De inspecteur
    Hier dienen we aandacht te besteden aan de aanwezigheid van een bedrijfsvoering. In vele gevallen wordt er een beroep gedaan op de plaatselijke installateur. De kwaliteit is altijd een vraag van belang. De eigenaar van de opstal zal niet bekend zijn met installatieverantwoordelijkheid, hij heeft immers geen personeel dat elektrisch werkzaamheden. De eigenaar/bestuurder/hooft zal zich moeten verlaten op derden.  Op het moment dat de inspecteur is hij daarmee ook als zodanig de installatieverantwoordelijke. Immers hij is de enige die zich kan uitspreken over de veiligheid van de elektrische installaties.

  16. De huisinstallateur
    De plaatselijke installateur dient zich terdege bewust te zijn van zijn verantwoordelijkheid aangaande de veiligheid van de installaties waarvoor hij de zorg draagt. Heeft de installateur een overeenkomst als huisinstallateur dan is deze in principe de waarnemend installatieverantwoordelijke. Gaar er iets fout dan rijt direct de vraag "wie is uw installateur?" daarmee is de huisinstallateur de waarnemend installatieverantwoordelijke en is het zaak te zorgen dat werkzaamheden worden uitgevoerd door vakbekwaam personeel. Is een aanwijsbeleid nodig? 

Overdracht van installatieverantwoordelijkheid is een zaak van wederzijds vertrouwen en dient ook een mate vanzelfsprekendheid te hebben. .

 What's in the name?

 

Meer informatie of vrijblijvende kennismaking?